Boter
Na de Tweede Wereldoorlog liep de inflatie sterk op. Basisproducten zoals boter en melk werden plots fors duurder. In Nederland probeerde de overheid die stijging enigszins te temperen door subsidies in te voeren, waardoor de prijzen daar relatief laag bleven. Aan de andere kant van de grens, in België, gebeurde dat niet. Zo ontstond er voor korte tijd een opvallend prijsverschil: boter was in Nederland aanzienlijk goedkoper dan in België.
Voor mensen die vlakbij de grens woonden, bleef dat verschil niet onopgemerkt. Al snel ontdekten ze dat er geld te besparen viel, of zelfs te verdienen, door Nederlandse boter de grens over te smokkelen. Vrouwen speelden hierin een centrale rol. Omdat zij bij grenscontroles zelden of nooit gefouilleerd werden, verstopten ze de pakken boter onder hun rokken en brachten ze die ongezien het land binnen.
Mijn grootmoeder vertelde me vaak over die tijd. Ze sprak met een glimlach over de creativiteit van de smokkelaars en de spanning aan de grens. Maar als ik vroeg naar haar eigen betrokkenheid, bleef ze vaag. Of ze zelf boter onder haar rok had meegesmokkeld? Ze liet het in het midden. Misschien was dat haar manier om het verhaal spannend te houden — of om iets voor zichzelf te bewaren.
