Arbeiders haarsnijderij-atelier Enke, Bassevelde, 1910

Arbeiders haarsnijderij-atelier Enke, Bassevelde, 1910

SPM_024

Enkele arbeiders poseren voor het atelier van Enke in Bassevelde, 1910.

Vrij snel na de start van de fabriek in de Zuidmoerstraat begon Hermann Enke met het oprichten van bijhuizen in het Meetjesland. Tussen 1891 en 1910 opende hij er niet minder dan 16, een aantal daarvan zelfs buiten de grenzen van het Meetjesland (Ruislede, Vinkt, Meigem).

In 1910 werkten er in de 16 ateliers samen ongeveer 750 mensen. Dit netwerk van hulpateliers diende als ondersteuning van de hoofdfabriek in Eeklo: men deed er enkel het voorbereidende werk (het kuisen en trekken van de vellen), de overige, meer gespecialiseerde bewerkingen gebeurden in de fabriek in Eeklo.

De arbeidsinspecteur die in 1895 in het kader van de vergunningsaanvraag één van de al in werking zijnde ateliers in Maldegem bezocht, beschreef het als volgt:

'De konijnenvellen komen het gesticht gedroogd en in ruwen staat binnen. Zij worden opengesneden, met de hand gekaard om zand en vet uit de haren te verwijderen en om die haren, welke aan elkaar kleven, te scheiden. Men bevochtigt ze langs binnen, perst ze bij middel van gewichten om het water erin te doen dringen, snijdt het vet langs binnen weg en snijdt ook sommige deelen der vellen af. Men trekt het wilde haar bij middel van een mes af of neemt het met ene schaar weg. (Dit wilde haar dient om matrassen te vullen en wordt ook soms met wol gesponnen). Daarna worden de vellen naar Eekloo gezonden waar zij verdere bewerkingen ondergaan.'
foto
1910